Engels oefenen, zonder poespas.
Gratis oefeningen van A1 tot C2. Zonder account, direct in je browser.
Kies je niveau
A1 tot C2, vanaf dag éénAlle oefeningen
A2, B1 Onregelmatige werkwoorden oefenen 88 werkwoorden, gesorteerd op patroon in plaats van alfabet. Typ de ontbrekende vorm, de rest is herhaling. A1 Simple present oefenen De basis: be, have, de -s van de derde persoon en vragen met do. Typ de ontbrekende vorm. A1 A of an? De klank telt, niet de letter: an hour, maar a university. Typ het juiste lidwoord. A1 Meervoud oefenen Meestal volstaat een -s, maar juist de gewoonste woorden wijken af: child, man, foot. Typ het meervoud. A2 Simple past oefenen Regelmatig op -ed, onregelmatig uit de werkwoordenlijst, plus did voor vragen en ontkenning. Typ de juiste vorm. A2 Present continuous oefenen Wat nu aan de gang is: een vorm van be plus -ing. De Nederlandse tegenwoordige tijd is hier niet genoeg. Typ de volledige vorm. A2 Trappen van vergelijking oefenen Korte bijvoeglijke naamwoorden krijgen -er en -est, lange nemen more en most, en good wordt better. Typ de juiste vorm. B1 Present perfect of simple past? De vraag is nooit de vorm, maar de keuze: afgesloten tijd tegenover verbinding met nu. Typ de passende vorm. B1 If-clauses oefenen Type 1: realistisch, met will in de hoofdzin. Type 2: onwaarschijnlijk, met would. In het if-deel hoort geen van beide. Typ de vorm. B1 Who, which of whose? Who voor mensen, which voor dingen en dieren, whose voor bezit. Het Nederlandse die/dat helpt hier niet. Typ het betrekkelijk voornaamwoord. B2 Passive voice oefenen Vorm van be + voltooid deelwoord: de tijd zit in be, het werkwoord blijft deelwoord. Typ de volledige passieve vorm. B2 Reported speech oefenen Bij het overbrengen schuift elke tijd een trede terug: is wordt was, will wordt would, must wordt had to. Typ de verschoven vorm. B2 Past perfect oefenen Wat vóór een punt in het verleden al gebeurd was: had + voltooid deelwoord. Typ de volledige vorm. C1 Gerund of infinitief? Sommige werkwoorden nemen -ing, andere to; bij een paar verandert de keuze de betekenis. Typ de juiste vorm. C1 I wish en if only De wens voor nu neemt de verleden tijd, spijt over vroeger de past perfect, ergernis over anderen would. Typ de vorm. C1 Participle clauses oefenen Tegelijk: -ing. Eerder afgerond: having + deelwoord. Passief: voltooid deelwoord. Typ de deelwoordvorm. C2 Inversion oefenen Na negatieve bijwoorden kantelt de woordvolgorde: hulpwerkwoord vóór onderwerp, zoals in een vraag. Typ de ontbrekende woorden. C2 Cleft sentences oefenen Wie iets wil benadrukken, splitst de zin: it was John who, what I need is. Typ het ontbrekende woord. C2 Subjunctive oefenen Na insist, suggest, demand en it is essential staat de stamvorm, ook bij he en she, ook in het passief. Typ de vorm.
Waar sta je? De niveautest Achttien zinnen, van A1 tot C2, elke trede iets zwaarder. Typen, niet aankruisen: gokken helpt hier niet. Aan het einde zie je je niveau en de link naar de passende oefeningen. Niveautest