B1
Who, which of whose?
Who voor mensen, which voor dingen en dieren, whose voor bezit. Het Nederlandse die/dat helpt hier niet. Typ het betrekkelijk voornaamwoord.
Zin 1 / 10
The man ? lives next door is a doctor.
Enter controleert. Na je antwoord verschijnt de volgende zin vanzelf.
Reeks: 0